Wet op het financieel toezicht
De Wet op het financieel toezicht (Wft) is op 1 januari 2007 in
werking getreden. Het wetsvoorstel is 27 juni 2006 door het
parlement gegaan en op 26 september 2006 ook door de Eerste Kamer.
De Wft bundelt 8 sectorale toezichtswetten tot 1 grote wet met nog
een paar nieuwe elementen. De wetten die opgaan in de Wft zijn onder
andere:
• Wet toezicht kredietwezen
• Wet toezicht verzekeringsbedrijf
• Wet toezicht beleggingsinstellingen
• Wet Toezicht Effectenverkeer
• Wet melding zeggenschap
• Wet toezicht natura-uitvaartverzekeraars
• Wet fianciële dienstverlening
Annet Jonk en Dirk Schoenmaker zijn de drijvende krachten achter de
Wft geweest. De directe aanleiding om de Wft te ontwerpen was de
reorganisatie in het financiële toezicht in het jaar 2002. Sindsdien
is het financiële toezicht in Nederland geregeld volgens het
functionele toezichtsmodel, en zijn zodoende de taken van de
Autoriteit Financiële Markten en De Nederlandsche Bank gewijzigd. In
de Wft wordt duidelijk geregeld wat hun taken en bevoegdheden zijn.
De doelstellingen van de Wft zijn:
• inzichtelijkheid
• doelgerichtheid
• marktgerichtheid
Met de doelstelling van marktgerichtheid wordt eveneens getracht een
bijdrage te leveren aan een verbeterde Nederlandse
concurrentiekracht.
Opvolger Collectieve Garantie Regeling (CGR)
Per 1 januari 2007 is de Wet toezicht kredietwezen 1992 ingetrokken
en daarmee is ook de Collectieve Garantieregeling komen te
vervallen. Per 1 januari 2007 is de Wet op het financieel toezicht
(Wft) van kracht geworden. Onderdeel hiervan is het
depositogarantiestelsel, de opvolger van de Collectieve
Garantieregeling. Tegelijkertijd heeft het
beleggerscompensatiestelsel de plaats ingenomen van de vroegere
Beleggerscompensatieregeling. Inhoudelijk is het nieuwe
depositogarantiestelsel nauwelijks veranderd, behalve dat de
maximale hoogte van de uitkering is verhoogd en dat er een beperkt
eigen risico is ingevoerd.
Depositogarantiestelsel
Het nieuwe depositogarantiestelsel houdt in het kort het volgende
in: mocht een bank waarop het depositogarantiestelsel van toepassing
is, niet meer aan haar verplichtingen kunnen voldoen (bijvoorbeeld
in het geval van een faillissement), dan zijn rekeninghouders er
zeker van dat de eerste EUR 20.000 van hun tegoeden op betaal- of
spaarrekeningen gegarandeerd zijn. Voor de volgende EUR 20.000 geldt
dat zij hiervan 90% terugkrijgen. Voor het deel van uw betaal- of
spaarrekening tussen de EUR 20.000 en EUR 40.000 geldt dus een eigen
risico van 10%.
Beleggerscompensatiestelsel
Het nieuwe beleggerscompensatiestelsel voorziet in een vergoeding
tot een maximum van EUR 20.000 per persoon. Op dit punt is er met de
Wft niets gewijzigd.
Regeling
Het nieuwe beleggerscompensatiestelsel en het
depositogarantiestelsel zijn in de Wft geregeld in de artikelen
3:258 tot en met 3:267 van die wet en nader uitgewerkt in hoofdstuk
6 van het Besluit bijzondere prudentiële maatregelen,
beleggerscompensatie en depositogarantie Wft (Stb. 2006, 507). De
geldende teksten van de Wft en van dit Besluit zijn te raadplegen
via www.wetten.nl.
Reikwijdte
De reikwijdte van het nieuwe depositogarantiestelsel is in beginsel
gelijk aan de reikwijdte van de Collectieve Garantieregeling onder
de Wtk 1992. Banken moeten over een vergunning van De Nederlandsche
Bank (DNB) beschikken. De vergunninghoudende ondernemingen vindt u
terug in het register kredietinstellingen dat op grond van de Wet op
het financieel toezicht (Wft) door DNB wordt bijgehouden. Het
register kunt u inzien via de website van DNB. Indien in dit
register is vermeld dat een (Nederlandse) bank een vergunning heeft
op grond van artikel 2:11 van de Wft, dan is het
depositogarantiestelsel in beginsel van toepassing op deze bank.
Heeft u een betaal- of spaarrekening bij een Nederlands bijkantoor
van een bank die is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese
Economische Ruimte (EER) of bij een bank die is gevestigd in een
land buiten de EER, dan is het Nederlandse garantiestelsel niet van
toepassing maar het garantiestelsel van de lidstaat waar die bank is
gevestigd. Als u bankiert bij een bijkantoor in Nederland van een
bank die is gevestigd buiten de EER, dan is in het algemeen het
Nederlandse garantiestelsel wel van toepassing.